Home / Werk te gast 

Werk te gast

The Menaced Assassin, 1927,
The Museum of Modern Art, New York. Kay Sage Tanguy Fund, 1966
© Charly Herscovici, with his kind authorization c/oSABAM-ADAGP, 2010

Het in 1927 geschilderde werk De bedreigde moordenaar vormt een diptiek met De geheime speler uit hetzelfde jaar. Beide monumentale doeken hingen in april 1927 op de tentoonstelling die in galerie Le Centaure in Brussel was geopend.

Magritte besteedde bijzonder veel zorg aan de uitvoering van dit grote schilderij met eenuitgesproken narratief karakter. Het onderwerp lijkt ingegeven door een van de vijf gedichten die Paul Nougé had gebundeld onder de titel Images peintes.

In de kamer, te midden van een minieme wanorde van linnengoed, een zo goed als naakte vrouw, een lijk met een bizarre perversiteit.
Was er niet die dode, dan zou niets het zo serene interieur verstoren. Het geheel bezit een rustige netheid: de schone vloer, de tafel waarop slechts weinig dingen staan, een hoog pronktafeltje in donker hout. En de sjaal losjes afhangend over de hals, over de schouder, over de opvallende wonde, slechts met enige goede wil kan iemand zich hierbij een afgehouwen hoofd voorstellen.
Op het wandtafeltje zit – zoals het hoort – een peinzende kat naar het lijk te staren.
Van de dode afgekeerd staat een buitengewoon mooie en heel verfijnd elegante jongeman een beetje voorovergebogen, lichtjes gebogen over de geluidstrechter van de grammofoon, te luisteren.
Op zijn lippen misschien een glimlach.
Aan zijn voeten een reiskoffer. Op een stoel zijn hoed en zijn jas.
Net boven de vensterbank, achteraan in de kamer, kijken vier hoofden naar de moordenaar.
In de gang, aan weerszij van de wijd openstaande deur, komen twee mannen aangestapt die het tafereel nog niet kunnen zien.
Ze zijn lelijk.
Ze sluipen voorovergebogen langs de muur.
De ene ontvouwt een groot net, de andere zwaait met een soort knuppel.
Dat alles zal heten: De bedreigde moordenaar.
Magritte heeft het poëtische gegeven en de emblemen ervan overgenomen: de vrouw in een vreemde associatie met dood en perversiteit; de moordenaar als dandyeske melomaan, de anonieme duistere figuren die de moordenaar bedreigen.

Nougé bezorgde zijn vriend de kunstschilder een gedetailleerd scenario, dat zich integreerde in de psychische wereld die deze laatste reeds had ontwikkeld: een uitgesproken zin voor de geheimen van de misdaad, een fascinatie voor de onbewuste mechanismen van de seksualiteit die het bebloede naakte lichaam verbinden met het mentale landschap, een vreugdevol gevoel voor het zonderlinge. Drie aspecten die het onderwerp in verband brengen met het Fantômasthema dat Magritte begin 1927 boeide, zoals blijkt uit De man van de wijde zee en De dievegge.

Magritte ontleent zijn mise-en-scène overigens aan een sequentie uit een in 1913 gerealiseerde Fantômas-film van Louis Feuillade, waarin de boeven een hinderlaag leggen, maar de schilder draait de zaken om: anoniem door hun vormelijke kledij en bolhoed, wachten de twee personages op hun prooi die, in afwezigheid van de door Nougé beschreven kat, de peinzende houding ervan heeft overgenomen. Deze verwijzing naar de verbeeldingswereld van de film wordt nog versterkt door de drie parallel geplaatste figuren die op een afstand vanaf het balkon de scène gadeslaan. Hoewel Magrittes compositie enige verwantschap vertoont met De Heilige Maagd slaat het kind Jezus in aanwezigheid van drie getuigen (1926) van Max Ernst, zijn de hoofden in De bedreigde moordenaar eerder voyeurs dan getuigen. Zij gaan op in wat zij te zien krijgen, iets waarvan zij op dit moment de dramatische kracht nog niet beseffen. Want in tegenstelling tot de beschouwer van het schilderij zien zij de dreiging niet naderbij komen. Net als de mannen en vrouwen die in de bioscoop naar het projectiedoek zitten te staren, beleven de drie figuren, die op een afstand worden gehouden achter de balustrade, felle en populaire emoties, waaraan het schilderij zijn moderniteit ontleent. Deze moderniteit steunt op het vermogen van het cinematografische beeld om de toeschouwer te ‘verrassen’. Magritte introduceert hiermee ‘suspens’ in de schilderkunst.

Magritte was zich bewust van de originaliteit van zijn compositie die aansloot bij de tijdgeest. In februari 1931, aan het einde van zijn verblijf in Parijs, stelde de schilder het doek tentoon in het uitstalraam van zaal Giso waar hij, op initiatief van zijn vriend E.L.T. Mesens, een selectie van zijn recentste werken presenteerde. Achter een tapijt van elektrische lampen doemde De bedreigde moordenaar op als een hommage aan de moderne populaire cultuur.

De bedreigde moordenaar, een beeld dat steunt op cinematografische referenties, vormt een pendant van De geheime speler, een werk dat, typisch voor Magritte, vanuit het creatieve potentieel van de droom werd bedacht. De symmetrie van beide schilderijen schuilt hierin dat zij ontstaan zijn uit twee inspiratiebronnen van de verbeelding in haar poëtische strijd om de werkelijkheid telkens weer te betoveren.